Applets

Oefenopgaven

Romeinse cijfers omzetten

Omzetten

Grappige converter

Oefening en spel (e)

Werkblad Romeinse cijfers (pdf)

Meester Jan

Juf Eline (pdf)

Chronogrammen

Romeinse cijfers (hotpot)

Combineeroefening (hotpot)

Diverse niveau's oefenen

Romeinse cijfers

UITLEG & DEMO

YOU TUBE

Romeinse cijfers

Romeinse cijfers

Romeinse cijfers

Romeinse cijfers

Romeinse cijfers  (wiki)

Opfriscursus

Chronogrammen

Chronogram - Anno

Schoolbord

Praktijk

Suggesties voor pass/kkende inhoud zijn welkom!

KUNNEN  /  VAARDIGHEDEN

KENNEN  /  BEGRIPPEN  /  TAGS

Romeinse symbolen:  De Romeinen gebruikten vroeger 7 (hoofd)letters als symbolen voor 1, 5, 10, 50, 100, 500 en 1000.

Waarde

1  =

5  =

10  =

50  =

100  =

500  =

1.000  =

Symbool

I

V

X

L

C

D

M

Ezelsbruggetje

Ik

Verving

Xanders

Lekkere

Citroenen

Door

Mandarijnen

Deze letters combineerden zij om de andere (natuurlijke) getallen te kunnen maken.
Voorbeelden hiervan kom je soms nog tegen bij jaartallen, wijzerplaten van klokken, titels of nummering van paragrafen, namen van koningen (bijv. Willem III, Lodewijk XIV)
Omdat in de Romeinse tijd getallen veelal werden ingekrast of uitgebeiteld in steen, werden vooral rechte lijnen gebruikt; ronde vormen zijn dan te lastig.
Het getal 0 was onbekend bij de Romenen.

De Romeinse cijfers op sommige wijzerplaten van klokken zijn misschien wel het bekendst:

I = 1
II = 2
III = 3
IV = 4  (de I links van de V betekent: 1 minder dan 5)
V = 5
VI = 6  (de   I rechts van de V betekent: 1 meer dan 5)
VII = 7  (de  II rechts van de V betekent: 2 meer dan 5)
VIII = 8  (de III rechts van de V betekent: 3 meer dan 5)
IX = 9
X = 10
XI = 11
XII = 12
 XIII = 13
XIV = 14
XV = 15
XVI = 16
XVII = 17
XVIII =18
XIX = 19
XX = 20
XXX = 30
XL = 40
L = 50
LX = 60
LXX =70
LXXX = 80
XC = 90
C = 100  (Cent = 100 (fr) )
 

CC = 200
CCC = 300
CD = 400
D = 500
DC = 600
DCC = 700
DCCC = 800
CM = 900
M = 1000   (Mille = 1000 (fr))
MM =2000
MMM = 3000
(tot de 4.000 staan nooit meer dan 3 dezelfde cijfers na elkaar!
MMMM = 4000

V  = 5.000
X  = 10.000
= 50.000
C  = 100.000
M  = 500.000
D  = 1.000.000
(het streepje boven de letter betekent een vermenigvuldiging met 1.000)

Basisregels:  Romeinse cijfers worden altijd genoteerd in HOOFDLETTERS.

Een Romeins cijfer mag niet vaker dan drie keer na elkaar worden gebruikt (uitgezonderd de M (1000-tallen)).
Het getal 4 wordt dus NIET als IIII, maar als IV geschreven.
Oorspronkelijk waren de regels minder streng. Zo werd het getal 4 aanvankelijk wel als IIII weergegeven (VIIII was dan 9). Deze notatie kom je soms nog tegen op wijzerplaten van een uurwerk.
 

Een kleine letterwaarde voor een grotere letterwaarde betekent dus aftrekken.
Wanneer er een kleine waarde links van een grotere waarde staat, dan moet die kleinere waarde worden afgetrokken van de grotere waarde (die er rechts van staat). Dit gebeurt doorgaans alleen bij getallen waarin een 4 of een 9 gebruikt worden.
Alleen de I, X en C mogen vr een hogere waarde staan om aan te geven dat je die hogere waarde moet verlagen:
steeds alleen van de 2 waarden die daar direct boven liggen en steeds maar 1 keer!
- dus de I mag je n keer vr een V of X zetten om aan te geven dat je die waarde met 1 moet verlagen.
- de X mag je n keer vr een L of C zetten om aan te geven dat je die waarde met 10 moet verlagen.
- de C mag je n keer vr een D of M zetten om aan te geven dat je die waarde met 100 moet verlagen.

De 'halve' symbolen V, L en D (5, 50 en 500) komen maximaal n keer in een getal voor.

De waarden staan in aflopende volgorde; dus de grootste waarde staat vooraan en de kleinste achteraan.
Duizendtallen worden altijd gevolgd door honderdtallen, honderdtallen door tientallen en tientallen door eenheden.
Een bepaalde waarde wordt altijd gevolgd door een kleinere of even grote waarde. 99 is dus niet 'IXXC' maar 'XCIX

De Romeinen kenden geen symbool voor het getal 'nul'.

Voorbeelden:  Met de hierboven beschreven basisregels, kun je op logische manier ook andere en grotere getallen maken:

MDCCLVI = 1000 + 700 + 50 + 5 + 1 = 1756

M DCCC XL IX = 1000 + 800 + 40 + 9 = 1949

MMMMDCCXI  = 4711

MMXVII = 2017

 

Chronogrammen

Chronogrammen zijn korte teksten, spreuk (meestal in het Latijn) of jaardicht waarin een jaartal is verwerkt.  Vooral in de 17de en 18de eeuw was ook het gebruik van chronogrammen heel populair.

 

Om de jaartalwaarde van een chronogram te berekenen, moet je alle letters uit de zin, die een Romeins cijfer zijn, bij elkaar optellen.
Een belangrijke voorwaarde is dat de letters die ook een Romeins cijfer zijn, llemaal gebruikt moeten worden. Verder moet de tekst bij voorkeur in het Latijn gesteld zijn en moet in elk woord minstens n Romeins cijfer voorkomen.

In de loop der tijden is men ook aan andere lettertekens dan deze overeenstemmend met de klassieke Romeinse cijfers, waarden gaan toekennen.  De letter J wordt als I gelezen, terwijl de U als V wordt geschreven. Verder wordt de W gezien als twee V's.

I en J = 1       Y = 2
V en U = 5       X en W = 10
L = 50        C = 100       D = 500       M = 1000

           

 

De gebruikte letters onderscheiden zich van de rest doordat zij als hoofdletters of groter of in een andere kleur zijn afgebeeld, of door een combinatie hiervan.

Enkele oefeningen (klik op het vraagteken)

VII:     ? 

XVIII:     ? 

CXXIX:     ? 

XLIV:     ? 

DLV:     ? 

CDXLIV:     ? 

DXLXVI:     ? 

CMXCIX:     ? 

MMII:     ? 

MMXVII:     ? 

MCDXCIX:     ? 

MCMXLIV:     ? 

MCMXCIX:     ? 

CCCLXXIII:     ? 

MMMMCMXCIV:     ? 

XXX:     ? 

 

 


 

Romeinse cijfers converter

Getal (max. 5999)   <=>     Romeinse cijfers

                =      

 

 


 

Chronogram calculator

Typ een woord, korte spreuk of toepasselijke tekst.

Het is niet nodig deze geheel volgens de regels van een chronogram te schrijven of op te maken.

De calculator berekent het bijhorende jaartal

     Jaartal:  

Opeenvolgende letters met een getalwaarde: