A  |  B  |  C  |  D  |  E  |  F  |  G  |  H  |  I  |  J  |  K  |  M  |  N  |  O  |  P  |  Q  |  R  |  S  |  T  |  U  |  V  |  W  |  X  |  Y  |  Z

taartdiagram | tabel | tabel bij formule | tabel bij graaf | talstelsel |tangens | tarra | tegenoverelkaar staande hoeken | tegenoverliggend | tekens in de wiskunde | teller | telwoord | terugformule | terugrekenen | termen | Thales, Stelling van |  theorema | tiental | tientallig stelsel | tienvoud | tijd | tijdlijn | tijdsverschil | toeval | toevalsgetallen | tophoek | top van een parabool | transcendent | transformeren | transformatie | translatie | transleren | trapezium | trapezo´de | trisectie | triljard | triviaal | turftabel | turven | tussenliggende waarde | tussenstap | tweede macht | tweedegraadsvergelijking | tweetallig stelsel | tweeterm

Tabel

Een schema met vakken (cellen) waarin verschillende getallen gesorteerd staan in rijen en kolommen.

De bovenste rij ( of voorste kolom) zijn de getallen die je invoert; in de onderste rij (of achterste kolom) staan de getallen die uitgerekend zijn (uitvoer).  Meestal staat vooraan of bovenaan de tabel de betekenis van de getallen aangegeven.

De bovenste rij van een tabel bevat de ingevoerde waarden (x-waarden), en de onderste de y waarden (uitvoer)

Meer ...

Tabel bij formule

 

Tabel bij graaf

 

Tangens

Formule om bepaalde hoeken in een rechthoekige driehoek te berekenen
Tangens = overstaande rechthoekszijde : aangrenzende rhz

 

Tarra

De verpakking; het verschil tussen bruto en netto
Datgene wat van het bru
togewicht van de waren voor de verpakking wordt afgetrokken

 

Tegenoverelkaar staande hoeken

Meer ...

Tekens in de wiskunde

 

Teller

In een breuk is het getal boven de breukstreep de teller

De teller geeft aan hoeveel gelijke stukken er zijn

In de breuk 3/4 is 3 de teller

Meer ...

Telwoord

Een woord dat een getal aangeeft

 

Termen

De getallen waarmee een berekening wordt uitgevoerd;
de samenstellende delen van een berekening

Terugformule

 

Terugrekenen

Meer ...

Thales, stelling van

Als driehoek ABC rechthoekig is en C=90░, dan ligt C op de cirkel met middellijn AB

Van een rechthoekige driehoek is het midden van de schuine zijde het middelpunt van de omgeschreven cirkel

 

Tiental

Aantal van tien

Tientallen staan in een getal op de tweede positie van rechts, dan wel op de tweede positie vˇˇr de komma.
Bij 314 of 314,25 geeft de 1 het tiental aan

Symbool: T

 

Tientallig stelsel

 

Tienvoud

Veelvoud van 10

Tienvouden eindigen altijd op een nul

Voorbeelden: 10, 20, 30, ..., 100, 110, 120, ..., 210, 220, 230, ...
50 is het tienvoud omd
at 5 x 10 gelijk is aan 50

 

Tijd

Meer ...

Tijdlijn

Meer ...

Tijdsverschil

Meer ...

Toeval

Meer ...

Tophoek

Het hoekpunt waar de benen van een gelijkbenige driehoek samenkomen is de top of tophoek van die driehoek

 

Top van een parabool

 

Transformatie

Overbrengen naar een andere vorm

 

Translatie

 

Trapezium

Een meetkundig vlak figuur met vier hoeken (vierhoek) en minstens 1 paar tegenoverliggende zijden die evenwijdig (parallel) zijn.

Wanneer de niet evenwijdige zijden even lang zijn, is het trapezium gelijkbenig.

Een gelijkbenig trapezium is spiegelsymmetrisch; daarom zijn de hoeken die de niet evenwijdige zijden maken met de evenwijdige zijden ook gelijk.

De kortste evenwijdige zijde wordt kleine basis genoemd, de langste evenwijdige zijde is dan de grote basis.  De afstand tussen kleine en grote basis heet hoogte.

Wanneer twee paar van de tegenoverliggende zijden parallel lopen, noemen wij het trapezium meestal een parallellogram.

Formules:
oppervlakte
trapezium (Trapezo´de)  = h*(a + b)/2
= (hoogte (h) * (kleine basis (a) + grote basis (b))/2)

Meer ...

Triljard

 

Turftabel

Meer ...

Turven

Een snelle en eenvoudige manier om een score bij te houden

Groeperen in aantallen van 5; door telkens vier verticale streepjes wordt een vijfde schuine dwarsstreep getrokken, waardoor een vijftal ontstaat
Het totaal aantal vijftall
en is m.b.v. vermenigvuldiging vlot om te rekenen tot een eindscore

Meer ...

Tussenliggende waarde

 

Tussenstap

Uitwerken, de weg naar het antwoord op papier uitleggen

Tussen vraag (opgave, probleemstelling) en antwoord (oplossing) kunnen ÚÚn of meer tussenstappen worden gegeven ter verduidelijking van de oplossingsmethode
voorbeeld: 6 + 9 = 15, want: 6 + 9 = (6 + 4) + 5 = 10 + 5 = 15
getalsplitsen; de tussenstap(pen) zijn hier vet aangegeven)