A  |  B  |  C  |  D  |  E  |  F  |  G  |  H  |  I  |  J  |  K  |  M  |  N  |  O  |  P  |  Q  |  R  |  S  |  T  |  U  |  V  |  W  |  X  |  Y  |  Z

omgekeerde evenredig verband | omgekeerd evenredige formule | omgekeerde pijlenketting | omgekeerde rekenpijl | omgeschreven | omtrek | omslagpunt | onbekende | onechte breuk | oneindig | oneindigheidsteken | ongelijkheid | ongelijksoortige termen | ongelijkzijdige driehoek | ontbinden in factoren | oorsprong | operator | opgaande deling | oplossen | oplossing | oplossing aflezen | oppervlakte | oppervlakte driehoek | oppervlakteformules | oppervlaktematen | oppervlakte rechthoek | oppervlaktevergroting | optellen | optellen van pos. en neg. getallen | ordenen | ovaal | overstaande hoeken | overstaande rechthoekszijde

omgekeerd evenredig verband

Twee verbanden van grootheden (getallen) zijn omgekeerd evenredig,
wanneer er een reŰel getal c is, zodat geldt: yx = c. Hier is c de
evenredigheidsconstante

Duur (t) en gemiddelde (g) van een reis over een vaste afstand c
zijn omgekeerd evenredig met elkaar: tg = c

Meer ...

omgekeerd evenredige formule

Bij vermenigvuldiging van de x-waarden met de onderliggende y-waarden in een tabel,
geven steeds dezelfde uitkomst
 (xĚy = 12  of wel  y = 12 ¸ x)

De bijhorende grafiek bestaat uit tweede delen en zijn puntsymmetrisch
ten opzichte van elkaar in de Oorsprong (0,0)

 

omgekeerde pijlenketting

Meer ...

omgekeerde rekenpijl

Meer ...

omtrek

De hoofdlijn die de grenzen van een figuur uitmaakt en er de vorm van bepaalt (countouren, omvang);
Lijn of lijnen waardoor een vlakke figuur omsloten wordt

De totale lengte van de begrenzing van een gesloten figuur
Alle zijden van een figuur bij elkaar opgeteld (som van ßlle zijden)
(voorbeeld: omtrek rechthoek = l + b + l + b)

Omtrek heeft te maken met 'om'; je legt bijvoorbeeld een touw OM een voorwerp om de omtrek te meten.
De lengte van het touw is de omtrek. 
De trektocht gaat om het figuur; je loopt om het figuur heen

De omtrek van een cirkel, waarvan de diameter (d) of straal (s) bekend is, bereken je met de formule:
omtrek cirkel = d x pi  (diameter = 2 x straal)

Bij andere soorten zijden kan gebruik gemaakt worden van omtrekken van meetkundige figuren zoals
ovalen, of van algebra´sche vormen zoals parabolen en hyperbolen

Meer ...

omslagpunt

Punt waarbij een ingrijpende verandering optreedt

Meer ...

onbekende

Een letter in algebra´sche vorm waarvan de waarde nog niet gekend is
voorbeeld:  in 4x+2= 6, is de x de onbekende

 

onechte breuk

Breuk waarbij de teller groter is dan, of gelijk is aan de noemer

 

oneindig

Zonder einde, eindeloos"Het houdt maar niet op"; "Het gaat maar door"

Geweldig, buitengewoon groot

 

oneindigheidsteken

=>Teken in de algebra waarmee het begrip 'oneindig' aangegeven wordt

 

ongelijkheid

Een uitdrukking met een ongelijkheidsteken (<, >, ≠ ) waarin een onbekende kan voorkomen;
Voorbeeld:  2x + 3 < 0

 

ongelijksoortige termen

 

ongelijkzijdige driehoek

 

ontbinden in factoren

Schrijven als een product (= vermenigvuldiging; *)
voorbeeld: ab + ac = a*(b + c)

 

Oorsprong

Het punt waar de verticale Y-as loodrecht de horizontale X-as van een assenstelsel kruist.
Bij het snijpunt van de X-as en de Y-as zetten we de hoofdletter O

De co÷rdinaten van de oorsprong zijn: O(0,0)

Vanuit de Oorsprong (het startpunt, beginpunt)  begin je met tellen langs de assen om
co÷rdinaten te vinden of te plaatsen (oorsprong > oorspronkeli
jk = begin)

Meer ...

Opgaande deling

Een deling met als restwaarde "0"

 

oplossen

Als je het snijpunt van de grafieken b = a x 25 + 15 en b = 10 x a - 30 gaat berekenen, ga je eigenlijk beide grafieken met elkaar vergelijken om te zien waar ze 'aan elkaar gelijk zijn'.
Wiskundig gezegd: je gaat 'een vergelijking oplossen'.  De uitkomst is dan de oplossing

 

oplossing

De uitkomst; het eindantwoord
Van
de vergelijking a x 25 + 15 = 10 x a - 30  is de oplossing: a = -3

Meer ...

oplossing aflezen 

 

oppervlakte 

Het aanzicht van een vlak figuur; datgene wat je kunt schilderen

De oppervlakte van een figuur bereken je door  '2 haakse richtingen' (loodrecht op elkaar) met elkaar te vermenigvuldigen, bijv. l x b,  b x h  of  s x s (x pi).

De oppervlakte wordt altijd in vierkante eenheidsmaten gegeven (m2, dm2, cm2)

Meer ...

oppervlakte driehoek

De oppervlakte van een driehoek kun je met de volgende formule berekenen:
oppervlakte driehoek = (basis x hoogte) : 2        (verkort:  opp. drieh. = b * h : 2)

 

oppervlakte formules

 

oppervlakte maten

Oppervlaktematen zijn:   km2  -  hm2  -  dam2  -  m2  -  dm2  -  cm2  -  mm2

De '2' geeft de beide richtingen aan die gebruikt zijn om de oppervlakte te berekenen;

bijv. lengte x breedte,  basis x hoogte

Andere oppervlaktematen zijn:  ha  -  are  -  ca

 

Meer ...

oppervlakte rechthoek

De oppervlakte van een rechthoek kun je met de volgende formule berekenen:
oppervlakte rechthoek = lengte x breedte         (verkort:  opp. rechth. = l * b)
oppervlakte rechthoek = basis  x hoogte

 

oppervlaktevergroting

 

optellen

Bij elkaar tellen; samen nemen; de som berekenen

Meer ...

optellen van pos. en neg. getallen

Meer ...

ordenen

In volgorde schrijven

 

ovaal

"Een langgerekte cirkel"

Ellips

 

overstaande hoeken

Overstaande hoeken zijn gelijk aan elkaar

Dit begrip heeft twee betekenissen. Uit de context moet blijken welke betekenis bedoeld wordt:

1) Twee snijdende lijnen vormen vier hoeken (hoeken waarvan de benen twee aan twee in elkaars verlengde liggen). Twee hoeken die dan tegenover elkaar liggen, noemen we overstaande hoeken

2) Twee tegenover elkaar liggende hoeken in een vierhoek

 

overstaande rechthoekszijde

De rechthoekszijde die tegenover de hoek ligt van waaruit je kijkt is de overstaande (rechthoeks)zijde.

De overstaande zijde is dus geen been van de hoek waaruit je kijkt.