A  |  B  |  C  |  D  |  EF  |  G  |  H  |  I  |  J  |  K  |  M  |  N  |  O  |  P  |  Q  |  R  |  S  |  T  |  U  |  V  |  W  |  X  |  Y  |  Z

aangrenzende rechthoekszijde | aanliggende hoeken | aanliggende rhz | aanvullende hoeken | aanzichten | abc-formule | accent | accolade | achthoek | acroniem | afbreken | afgeleide  |  afkorten | aflezen | afleiden | afronden | afrondingsfout | afstand | afstand punt tot een lijnstuk | afstandstabel | afstand meten | aftrekken | aftrekker | aftrektal | afvalsysteem | afwijking | algebra | algoritme | amplitude | analogie | analoog | analyse | apothema | arceren | are | argument | aselect | assenstelsel | asymmetrisch | asymptootaxioma

aangrenzende rechthoekszijde

Zijde van een rechthoekige driehoek die vanaf het punt waar je vandaan kijkt, naar de rechte hoek loopt

 

aanliggende hoeken

Twee hoeken met hetzelfde hoekpunt waarvan 1 been gemeenschappelijk is en de 2 andere benen aan weerszijden liggen van dit gemeenschappelijk been

Twee naast elkaar liggende hoeken in een vierhoek

 

aanliggende rechthoekszijde

De rechthoekszijde die door de hoek gaat van waaruit je kijkt is de aanliggende (rechthoeks)zijde (aangrenzende rechthoekszijde; aansluitend liggend).
Deze zijde MOET een rechthoekszijde zijn.

 

aanvullende hoeken

Aanvullende hoeken vormen sámen een rechte-, een gestrekte- of een volle hoek.

 

aanzichten

Zijkanten van een ruimtefiguur in een haakse hoek (90°) bekeken.

Aanzichten hebben geen perspectief; er is dan geen diepte zichtbaar (dus geen zijlijnen of streepjeslijnen zoals bij een draadmodel)

Er zijn verschillende aanzichten, nl. beide zijaanzichten (linkeraanzicht en rechteraanzicht), voor- en achteraanzichten, boven- en onderaanzichten.  Om de kijker duidelijkheid te geven om welk aanzicht het gaat, wordt de afkorting van het aanzicht onder het figuur geschreven (LA, RA, VA, AA, BA, OA)

Meer ...

abc-formule

De ABC-formule wordt ook wel 'wortelformule' genoemd.

Met deze formule kunnen tweedegraads vergelijkingen worden opgelost nadat ze tot '0' zijn herleid.

x1,2 = -b ± √(b² - 4ac)
        2a

De oplossingen worden de wortels of nulpunten van de veelterm genoemd.

Een deel van de formule is de Discriminant = b2 - 4ac.
Hiermee kan berekend worden hoeveel oplossingen er zijn.
Als D>0 dan zijn er 2 oplossingen,  als D=0 dan is er 1 oplossing,  als D<0 dan zijn er geen oplossingen

Meer ...

absolute waarde

Het getal maar dan zonder toestandsteken (+ of -)
voorbeeld:  zowel van +5 als van -5 is 5 de absolute waarde

De absolute waarde wordt tussen verticale strepen genoteerd.  Bijv.: | 5 |

 

accent

Accenten worden bij spiegeling of verschuiving rechts boven letters gezet om aan te geven bij welk origineel de spiegelbeelden horen.  Als het origineel A wordt gespiegeld, dan wordt A' het spiegelbeeld van A

 

achthoek

Een achthoek (Gr. octagon) is een veelhoek met acht zijden en acht hoeken

Een stopbord heeft de vorm van een achthoek

Meer ...

afgeleide

De afgeleide van een functie in een bepaalde punt, is de helling van de raaklijn aan de grafiek van die functie in dat punt.

Je berekent deze per term op de volgende wijze :  ax^n wordt nax^n-1

Het bepalen van de afgeleide van een functie heet differentiëren

Stel, de functie: f(x) = 3x7 + (1/5)x2 + x dan wordt de afgeleide f'(x) = 21x6 + 2/5x + 1
De afgeleide van een functie f(x) geef je altijd aan met een apostrof en wordt genoteerd als: f'(x) ("f-accent");
de afgeleide van f'(x) wordt dan f''(x) ("f-dubbel-accent")

 

afkorten

Formules kun je op verschillende manieren korter schrijven

Taalkundig kun je 'lange' woorden of vaste uitdrukkingen inkorten met een algemeen gebruikelijke afkorting:
bijv.:  km  i.p.v. kilometer
,  VMBO  i.p.v. Voorbereidend Middelbaar BeroepsOnderwijs,
Frl   i.p.v. Friesland

In de wiskunde woorden veelgebruikte woorden vaak vervangen door een enkele letter:
bijv.:  a  i,p.v. aantal,   b  i.p.v. bedrag,   u  i.p.v. uur

Voor sommigen is het duidelijker een tussenvorm te gebruiken door bijvoorbeeld alle klinkers weg te laten (wkn i.p.v. weken) of door alleen de eerste lettergreep gevolgd door de eerste letter(s) van de tweede lettergreep te noteren 
(bijv. i.p.v. bijvoorbeeld,  opp.  i.p.v. oppervlakte,   vierk. i.p.v.
vierkant,   aant. i.p.v. aantal,   temp.  i.p.v. temperatuur, enz.  i.p.v. enzovoort)

Meer ...

aflezen

Iets opmaken uit een grafische voorstelling (diagram) of een voorwerp (de stand van wijzers van een klok), enz.

Meer ...

afronden

Het afronden van een getal is een handeling waarbij het aantal cijfers vermindert (bijv.: 3,1415 » 3,14).
Omdat links en rechts van de = niet precies gelijkwaardig zijn, plaatsen we een 'afrondteken' ()

Afronden op cijfers achter de komma noemen we afronden op decimalen;
(bijv 'Rond af op 2 decimalen'  =  'Rond af op 2 cijfers achter de komma')

 

Bij het afronden kijk je altijd naar het cijfer dat NA het af te ronden getal komt

 

'afronden naar beneden' (= het getal afbreken); bij de cijfers 0, 1, 2, 3 en 4;  d.w.z. je behoudt de gegeven decimaal

'op'ronden (= 'afronden naar boven');  bij de cijfers 5, 6, 7, 8 en 9; d.w.z. je vermeerdert de gegeven decimaal met 1

 

Bij de opdracht: 'Rond af op 2 decimalen', bedoelt men op papier en niet in je berekeningen (bijv.: 100/3=33,3333333333... »  33,33).  Op papier schrijf je 33,33, maar je rekent verder met 33,33333333333...
Op die manier krijg je een nauwkeurig antwoord en een net blad

Het is belangrijk dat je bij afronden ook met de 'memory-knop' van je rekenmachine kunt werken!

Meer ...

afstand

De kortste lengte tussen twee punten in het platte vlak of in de ruimte.

Deze afstand wordt bij een landkaart 'hemelsbreed' genoemd;
het is de lijn die je rechtstreeks met een helikopter over alle hindernissen zou vliegen; dus zonder enige omweg!

Bij een bol of een willekeurig gekromd vlak is de kortste weg tussen twee punten op het gekromde vlak een 'kromme' en de afstand is dan de lengte van deze kromme lijn.

Meer ...

afstand punt tot een lijnstuk

De afstand van een punt tot een lijn(stuk) is de afstand van dat punt tot het voetpunt van de loodlijn uit dat punt op die rechte (drager van het lijnstuk)

afstandstabel

Een tabel waarin de afstanden tussen verschillende punten overzichtelijk verwerkt staan

 

afstand meten

Meer ...

aftrekken

Minsommen; waarden van elkaar afhalen
voorbeelden:  5 - 3 = 2  of  50 - 80
= -30

Meer ...

aftrekker

De tweede term van de aftrekking

 

aftrektal

 

afvalsysteem

Een wedstrijdschema waarbij alleen de winnaar door gaat naar de volgende ronde; voor de verliezer is het 'over en uit'.

algebra

Deel van de wiskunde die zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters en tekens aangeduide grootheden ("letterrekenen").  In de algebra worden getallen voorgesteld door letters en bestaan er allerlei regels die zeggen hoe je met die letters moet rekenen

Omstreeks het jaar 820 schreef de wiskundige Al-Chwarizmi een boek over het rekenen met letters: hisab al-djabr wa al-muqabala (Arabisch: حساب الجبر و المقابلة).  Het woord 'al-djabr' verbasterde in het Westen tot het het woord 'algebra'

 

algoritme

Een stap-voor-stap beschrijving van een handeling

 

amplitude

De maximale afwijking van een periodieke grafiek vanaf de evenwichtsstand.
Deze afwijking is zowel naar boven als
naar beneden even groot.

Verschil bij periodieke grafieken tussen de top- (uiterste waarde) en de evenwichtsstand.

Om na te gaan hoever het hoogste punt boven het 'midden' zit (en het laagste punt ónder het midden) kun je de volgende berekening uitvoeren:  amplitude = hoogste punt - evenwichtsstand

 

analogie

Overeenkomstigheid

Beschrijving naar het voorbeeld of naar aanleiding van overeenkomstige/verwante woorden of vormen

 

apothema

De loodrechte afstand van het centrum van een regelmatige veelhoek tot een zijde

 

arceren

Een plat vlak op een snelle manier speciaal "kleuren" met evenwijdige strepen.
Vaak worden de strepen schuin oplopend- of aflopend getekend.

 

are

Een oppervlaktemaat die vaak wordt gebruikt om de grootte (de oppervlakte) van een gebied uit te drukken (bijv. bouwperceel (= bouwterrein), landbouwgrond (weiland), industriegebied, bosperceel).
Een are omvat een gebied van 100m² (= 1dam²).

De oppervlakte van een rechthoekig perceel wordt berekend door beide zijden met elkaar te vermenigvuldigen.
Bijv. 10m bij 10m = 100m² (1dam²) of 5 bij 20 m = 5 x 20 = 100m² 

Het volgende overzicht van het metrieke stelsel kan handig zijn bij het omrekenen van oppervlaktematen:

ca of centi-are = 1 are / 100  = 0,01 × 1 are = 1 m²

ha of hectare   = 100 × 1 are = 10.000     = 1 hm²

Meer ...

assenstelsel

Een stelsel met twee (2D = 2 dimensionaal) of drie (3D= 3 dimensionaal) snijdende  genummerde assen, waarmee nauwkeurig punten in het platte vlak (landkaart, tekening) of de ruimte (3-D) bepaald kunnen worden.
De assen samen met de oorsprong vormen een assenstelsel.

In het platte vlak is er sprake van een  horizontale- en een verticale getallenlijn, waaruit je punten kunt aflezen.
De horizontale as wordt ook wel de X-as genoemd, de verticale as is dan de Y-as. 
Bij de ruimtemeetkunde (3D) is er nog
een derde getallen-as; de Z-as

In het platte vlak worden coördinaten van punten als volgt (cartesisch) aangegeven: P (x,y).
In de ruimte is de notatie: (P (x, y, z).

Meer ... Meer ...

associatief

Samenvoegend.

Bij het gebruik van + (plus) en * (keer) in een wiskundige bewerking heeft de plaats van de haakjes geen belang (ze mogen zelfs weggelaten worden).  De uitkomst is onafhankelijk van de manier waarop de elementen (getallen) gegroepeerd worden. voorbeeld: (7 * 4) * 5 = 7 * (4 * 5) = 7 * 4 * 5                (7 + 4) + 5 = 7 + (4 + 5) = 7 + 4 + 5

voorbeeld: (a * b) * c = a * (b * c) = a * b * c                 (a + b) + c = a + (b + c) = a + b + c

 

asymptoot

De lijn die door een grafiek, zelfs bij verlenging tot het oneindige, steeds meer wordt benaderd zonder deze ooit te bereiken (te raken of te kruisen)

 

axioma

Een grondstelling (basisregel, grondregel) of niet- bewezen stelling die als waarheid wordt aangenomen.
Een niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde stelling

Axioma betekent: onbewezen, op ervaring berustende, als grondslag van een theorie aanvaarde uitgangspunten (Van Dale)

Euclides noemde zijn uitgangspunten axioma's.